21e zondag door het jaar, 26 augustus 2001, M. Kersemaekers, Antoniuskerk
Toen ik deze overweging wilde gaan voorbereiden las ik toevallig in het dagblad Trouw een stukje waarin een bejaarde Engelse mevrouw vertelde over een ingrijpende belevenis uit haar kinderjaren. In 1918 heerste in heel Europa de Spaanse griep. Ook in Engeland maakte deze ziekte vele duizenden slachtoffers. Tot overmaat van ramp brak er ook nog difterie uit en Maud Cox, de Engelse mevrouw waar ik het over had, toen pas 10 jaar oud, raakte van het ene moment op het andere buiten bewustzijn. Maud was streng christelijk opgevoed en omdat haar dit lot trof kort nadat ze een gestolen koekje had gegeten, dacht ze toen ze weer bijkwam in een ziekenzaal die naar lysol stonk, in de hel te zijn beland. Na negen weken mocht ze opstaan en naar huis, maar er was niemand meer om mee te spelen. Al haar klasgenootjes waren aan difterie gestorven. Ook haar beste vriendinnetje Jessie had het niet overleefd. In de dorpskerk werd voor de dode kinderen een herdenkingsdienst gehouden. Het altaar was overdekt met bloemen. Ook Maud had bloemen meegebracht maar de koster hield haar tegen. Hij zei haar dat ze geen bloemen op het altaar mocht leggen voor Jessie omdat die joods was. Op dat moment deed haar diepgelovige vader een stap naar voren en schoof met één handgebaar de koster opzij. Zo maakte hij de doorgang naar het altaar vrij terwijl hij zei: "Des mensen wegen zijn eng. Maar breed is de poort van de Almachtige!" In deze belevenis herkende ik iets van de strekking van het Lucas-evangelie van vandaag. Iemand vroeg Jezus: "Heer, zijn het er maar weinig die gered worden?" Jezus geeft geen antwoord dat verwijst naar een mogelijk aantal, maar roept op tot een uiterste inspanning om door de nauwe deur binnen te komen. Dat lijkt in strijd met de brede poort waar de vader van Maud over sprak. Toch denk ik dat het beeld van een deur of een poort veel duidelijk maakt, zowel in het onderricht dat Jezus geeft als in het verhaal dat Maud ons vertelt. De deur waarover gesproken wordt geeft toegang tot een ruimte waar weldaad heerst, in beeldspraak: 'het koninkrijk van God'. Wie daar binnenkomt is gered, of misschien moet je wel zeggen: 'die heeft het gered'. De vraag die dan bij mij opkomt is, waarvan gered? In het leven streven we allemaal naar geluk. De vraag is: wat brengt nou werkelijk geluk? Geen kortstondig geluk, maar duurzaam geluk? Is het de dood die ons verlost van het aardse tranendal? Of kunnen we het bereiken door rijk te worden en van alles aan te schaffen wat ons hartje begeert? Of…is het een levenshouding die ons in staat stelt heilzaam om te gaan met wat er op ons pad komt? Ik denk dat Jezus ons voorhoudt dat we zelf actief kunnen werken aan het koninkrijk van God, aan het scheppen van een ruimte waar weldaad heerst, een ruimte die ons duurzaam geluk doet ervaren. We kunnen het redden! [actief!] We kunnen daar komen! Maar de deur is smal, zegt Jezus. De vader van Maud echter zegt dat de poort van de Almachtige breed is. Hoe zit dat dan? Het beeld van de vader van Maud sluit haarfijn aan op zowel de tekst uit Jesaja van vandaag als op die van Lucas. In Jesaja horen we hoe God komt om alle volken en talen te verzamelen: "zij zullen komen en mijn glorie zien". Wat wil dat anders zeggen dan dat alle mensen deel zullen hebben aan het rijk Gods? Jezus zegt het ook: "Dan zullen ze komen van oost en west, van noord en zuid, en aan tafel gaan in het koninkrijk van God." In die zin is Gods poort breed: hij verschaft toegang aan iedereen, zonder onderscheid. God let er niet op of je jood bent, moslim of christen of wat dan ook. Het zijn mènsen, kleingeestig, die wel smalle wegen maken: voor een joods meisje geen bloemen op het altaar! De deur waar Jezus over spreekt is smal, omdat het moeilijk is hem te passeren. Het vraagt om een levenshouding die niet makkelijk is, want het is er een die van jou vraagt om niet steeds de eerste te willen zijn. Het gaat in het rijk Gods om gerechtigheid. Duurzaam geluk proef je pas wanneer je zoals God, zoals de Barmhartige Vader, gerechtigheid doet. Probeer je daar waar onheil heerst heil te brengen? Bezoek je de zieke buurvrouw of beroep je je erop geen tijd te hebben? Wil je delen in het geluk en het leed van de mensen die je op jouw levensweg ontmoet? En probeer je dat ook te doen, heel oprecht? Er zijn mensen die dit heel spontaan doen en ook niet anders lijken te kunnen. Vaak mensen die je zelden of nooit over God hoort praten. Zij kunnen niet anders, zij ervaren zin en geluk in het sàmen-leven. Ik denk dat deze mensen dicht bij dat koninkrijk van God staan, al noemen ze het zelf wellicht helemaal niet zo. Omdat de meesten van ons toch ook vaak in de verleiding komen in de eerste plaats voor zich zelf te kiezen en ongeacht de gevolgen voor anderen, het eigen genot na te streven, daarom is de deur smal. Niet omdat God de toegang wil blokkeren voor bepaalde mensen: integendeel. Want de poort is breed als het gaat om wie er allemaal doorheen zouden mogen komen. Het beeld van de smalle deur doet denken aan de uitspraak van Jezus (bij Mattheüs) over de kameel die nog makkelijker door het oog van de naald kan kruipen dan een rijke in het rijk der hemelen kan komen. Vorige week zag ik op TV hoe de zanger Boudewijn de Groot te gast was bij de Trappisten van de Achelse Kluis. In een gesprek met de abt ging het over het intreden in zo'n klooster van beschouwende monniken. Er gaat een lange proeftijd vooraf aan het doen van de eeuwige geloften. De abt vertelde dat hij ook na dat moment is blijven spartelen als een kat die men bij zijn nekvel heeft beetgepakt. Je volledig onderwerpen aan de wil van God, het ideaal van de monniken die afstand hebben gedaan van tal van geneugten die buiten het klooster volop verkrijgbaar zijn, is niet makkelijk. De abt zei dat hij elke dag opnieuw 'ja' moest zeggen op de vraag of hij zich volledig wil toewijden aan God. Ook voor hem is de poort smal. En zoals in het evangelieverhaal van vandaag: ook voor hem kan de poort dicht zijn als hij alleen maar kan zeggen: "Ik heb met U gegeten en gedronken en U hebt mij onderricht." Want de enige vraag waar het om draait is: heb je gerechtigheid bedreven? De weg naar het ware geluk voor mensen en de toegangspoort daarheen zijn tegelijk ook breed: iedereen kan met zijn eigen talenten proberen gerechtigheid te doen. De sleutel van de poort heeft iedereen zelf in handen; het vraagt wel om regelmatige bezinning: stilstaan bij de vraag waar draait het om in mijn leven? Wat kan ìk doen om het rijk Gods dichterbij te brengen? Wat kan ìk doen (met Gods hulp) om het te redden? Ik wens ons allen toe dat we ons zò bezinnend, elk met onze eigen talenten, zullen toeleggen op het naderbij brengen van dat duurzame geluk voor allen.

Amen.