Zondag
12 december, F. van Rooijen, Antoniuskerk
Het zal je maar gebeuren: je zit in de gevangenis, in de bajes..en je wordt
zo’n beetje de hemel in geprezen… Het is jammer voor Johannes dat hij - omdat
hij vastzat - het niet rechtstreeks heeft kunnen horen, maar Jezus had hem hoog
zitten: “Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan die
groter is dan Johannes de Doper.” Het zal je maar gezegd worden. Des te opmerkelijker
is om te zien wat deze grote Johannes, de man die zelfs meer is dan een profeet,
vanuit de gevangenis doet. Hij stuurt zijn vrienden op pad en zij moeten nagaan
of Jezus wel de Messias is. De Messias waar Johannes in zijn preken op had gedoeld…
Wat is hier aan de hand? Was dit voor Johannes vragen naar de bekende weg? Of
bespeuren we hier toch enige twijfel? Daar vanuit die gevangenis. Twijfel, zoals
ieder mens wel eens twijfelt op mindere momenten in zijn leven? (Als Johannes
de Doper inderdaad aan het twijfelen was gebracht dan snappen wij in ieder geval
meteen waarom Jezus zei dat deze grote profeet nog altijd kleiner was dan de
kleinste in het koninkrijk der hemelen.) De vrienden van Johannes komen bij
Jezus en zij vragen: “Bent u het die komen zou, of hebben we een ander te verwachten?”
En in plaats van dat Jezus zegt “Ja hoor, je hebt de juiste voor je”, wijst
hij erop wat er gebeurt. Kijk om je heen: Blinden zien weer, kreupelen lopen
en aan armen wordt de goede boodschap verkondigd. Blinden zien weer, kreupelen
lopen… Wacht even, dat beeld kennen wij Dat is het visioen van Jesaja. Dat zijn
de woorden die Jesaja tot het joodse volk sprak toen zij in grote narigheid
zaten En dat grote, mooie visioen is in vervulling gegaan! Het zijn grote woorden.
Grote woorden die klinken in de Adventstijd, de tijd van verlangend uitzien
naar… Terwijl wij weten dat juist in deze decembermaand mensen ook stilstaan
bij de donkere kant van het verhaal. Een maand waarin verdriet en sombere gedachten
soms de hoop en verwachting zelfs overstemmen. Wat nou, kijk om je heen? Mensen
die de balans opmaken van het jaar dat achter hun ligt; en vaststellen dat de
ellende bepaald niet minder is geworden. Mensen in bejaardentehuizen, die zich
in december eenzamer voelen dan ooit. Zelf heb ik een tijdje met dak- en thuislozen
mogen optrekken en ik herinner me dat juist december als een moeilijke maand
werd ervaren. Niet dat het de Advent is die hen op het leven doet bezinnen,
maar wel dat deze tijd waarin alles draait om huiselijkheid, pais en vree hun
doet denken aan wat zij missen of achter hebben moeten laten. De zwerver met
het fotootje van zijn dochtertje op zak… De grote woorden van vrede en gerechtigheid
nemen zulk verdriet - van neem nou die zwerver - natuurlijk niet weg. Wel kunnen
het lichtbakens zijn in donkere dagen. Er spreekt hoop uit. Grote hoop en een
enorm vertrouwen dat het kan. Dat het kan om op deze wereld plaatsen te scheppen
waar mensen zich thuis weten, tot hun recht komen. Niemand uitgesloten. Het
visioen van Jesaja doelt op wat wij ook wel noemen het Rijk Gods. Matteus zegt
het nog wat defiger en spreekt van koninkrijk der hemelen. En dat Rijk Gods
is niet alleen iets moois aan de einder, waar wij ons aan kunnen vastklampen.
Nee, dit Rijk Gods is ook een uitnodiging om ons te bekeren tot zo’n manier
van leven. Het leven is meer dan je eigen belangen, je eigen hachie, je eigen
ik: het is vooral een kans - om samen aan die wereld te bouwen. Kansen genoeg
daarvoor. Door dichtbij huis om te zien naar elkaar, hier in de wijk of parochie..
of door je bijvoorbeeld solidair te tonen met de boeren in landen als Peru of
India, waarvoor de aktie Solidaridad loopt. (collecte) Wie omziet naar de ander,
zal ontdekken wat levensvreugde is, en zal ervaren dat God ons kracht geeft
om te werken aan zijn Rijk. Het zijn lichtpuntjes. Kijk om je heen: Lichtpuntjes
in de duisternis, die verwijzen naar dat beeld dat Jesaja ons vandaag heeft
willen voorhouden. In deze donkere dagen voor de kerst moest ik terugdenken
aan de woorden die de imam van Turkse moskee aanhaalde in de Vredesweek, precies
vanaf de plaats waar ik nu sta. Hij vertelde van de oude rabbi die aan zijn
leerlingen vroeg: “Hoe kun je het moment bepalen, waarop de nacht ten einde
loopt en de dag begint?” “Is dat het moment als je uit de verte een hond van
een schaap kunt onderscheiden?” had een van zijn leerlingen gevraagd. “Nee”
zei de rabbi. “Is het dan als je van verre een dadelboom van een vijgenboom
kunt onderscheiden?”, vroeg een ander. Maar weer schudde de rabbi zijn hoofd.
“Maar wat is het dan??” “Het is licht als je in het gezicht van een mens kunt
kijken en daarin je broeder of zuster ziet. Tot dat moment is het nacht bij
ons…” Dat is het licht waarnaar wij mogen uitzien. “Houd moed, wees niet bang.
Uw God is hier (…) dan danst de kreupele als een hert en juicht de tong van
de stomme.”