Zondag 21 November, M. Kersemaekers, Antoniuskerk
Overweging in de viering van 21 november 2004 (Christus, koning van het heelal) In de afgelopen weken van grote onrust in ons land, viel het mij op dat er plotseling een beroep werd gedaan op onze koningin Beatrix om zich te laten zien en uit te spreken. Van haar werd verwacht dat zij als de moeder van het vaderland zou kunnen zorgen voor herstel van het verloren gevoel van eenheid. Onze vorstin zou in staat moeten zijn om verzoening te brengen en rust in de opgefokte sfeer waarin Nederland is komen te verkeren na de moord op Theo van Gogh. Deze oproep werd ondermeer gedaan door Femke Halsema van GroenLinks. Dat verwonderde mij omdat deze partij eigenlijk republikeins is. De laatste jaren wordt er met enige regelmaat gepleit voor afschaffing van de monarchie, immers een achterhaald instituut dat volkomen in strijd is met onze moderne democratische beginselen. In dat koor van republikeinen zingen ook stemmen mee die nù plotseling van de koningin iets verwachtten dat haar zo waardevol maakt: zij kan door haar bovenpartijdigheid een weldadige rol spelen; de verhitte gemoederen kunnen door haar weer tot normale proporties worden teruggebracht. Het is beslist niet mijn bedoeling om hier partij te kiezen in de strijd tussen monarchisten en republikeinen. Maar het feest van Christus, koning van het heelal, bracht mij op de gedachte dat het bijbelse begrip koning in onze tijd niet meer de lading heeft die het vroeger nog kon hebben. In onze tijd is een koning voor velen een overblijfsel uit het feodale tijdperk toen begrippen als democratie en republiek, vrijheid en persoonlijke ontwikkeling nog niet tot de verbeelding spraken. Maar een glimp van de positieve betekenis die het begrip vroeger kon hebben, drong weer door in de roep om onze koningin toen het vaderland in rep en roer was. In de eerste lezing hoorden we hoe de herdersjongen David in Hebron tot koning werd gezalfd.door de oudsten van Israël. In David werd de goede koning herkend, de herder die zijn volk zou weiden; de koning naar de wens van God. David sloot een verbond met de oudsten van alle stammen van Israël ten overstaan van God, waarmee gezegd wordt dat David zijn volk wil weiden en leiden, zoals God dat van hem verlangt. Het volk Israël verlangde naar een koning, zoals alle volkeren om hen heen ook koningen hadden. De koning of Heer van Israël echter is God en God alleen. Daarom waarschuwt de profeet Samuël de Israëlieten voor het gevaar dat aan een menselijke koning kleeft. En hij krijgt gelijk, want met de eerste koning Saul loopt het slecht af. Een menselijke koning moet er een zijn die in zijn beleid laat zien hoe God zijn volk liefheeft en beschermt. De goede koning is een verwijzing naar God als Heer. In de evangeliën wordt Jezus ons gepresenteerd als de ware opvolger van David, de koningszoon die de weg openlegt naar het koninkrijk van God. Hij wordt herkend als de Gezalfde, de Messias, de Christus die redding zou brengen aan Israël. En hoewel Jezus tijdens zijn openbare leven liet zien wat in zijn ogen bedoeld wordt met het koninkrijk van God, kreeg in de sfeer van zijn dagen , de bezetting van Palestina door de heidense Romeinen, het begrip koningschap toch een politieke lading. Maar Jezus spreekt van zijn koninkrijk als ‘niet van deze wereld’. Het is het rijk waar Gods wil geschiedt, hier op aarde zoals nu al in de hemel! In het Onze Vader bidden we om de hemel op aarde als we zeggen: “uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel!” Is dat niet meteen een intentieverklaring?! In deze dagen van toegenomen spanning tussen wat we noemen autochtone Nederlanders en Nederlanders met een moslimachtergrond, is het goed om eens stil te staan bij de grote overeenkomst tussen moslims, joden en christenen als het gaat om hun visie op het rijk van God. De moslims hanteren terminologieën als Huis van de Vrede (Dar-el-Islam) en Huis van de oorlog of Huis van de Ongelovigen (Dar-el-Jihad) om de tegenstelling te typeren tussen de plaats waar God heerst en waar de mensen leven naar Gods wil, dat wil zeggen: in vrede èn de plaats waar dat nog niet het geval is. Diezelfde tegenstelling kennen wij als we het hebben over ‘deze wereld’ tegenover ‘het rijk van God’. Het grote gevaar van het archaïsche woordgebruik in zowel bijbel als koran is dat het in onze moderne tijd verkeerd begrepen wordt. Er zijn dan fundamentalisten die het heel letterlijk nemen en zelf op Gods troon gaan zitten om degenen die ‘van deze wereld zijn’ ofwel tot ‘de ongelovigen’ behoren’ te veroordelen of in het ergste geval uit de weg te ruimen. En er zijn mensen die niets meer met welk geloof dan ook te maken willen hebben omdat ze de gebruikte terminologie ook letterlijk nemen en verwerpelijk vinden. Daarnaast zijn er velen die aanvoelen dat deze woorden een hele mooie opdracht inhouden: namelijk om van deze aarde een bewoonbare plaats te maken waar we elkaar zien als kinderen van God, waar we elkààr en Gods schepping waarderen en respecteren. Waar we best van mening kunnen verschillen, maar wel elkaar zien als mensen waar God evenveel van houdt. Daar waar mensen Gods wil doen, daar stichten zij vrede en verzoening. Een term als heilige oorlog duidt dan niet meer op het bestrijden van de ongelovige anderen, maar op een innerlijke strijd tegen egoïsme en materialisme, een strijd gericht op het zich vrij maken voor God. En die strijd wordt gevoerd door veel moslims en christenen. Ook wij strijden om werkelijk in het voetspoor van Jezus te lopen, om samen met anderen te werken aan de totstandkoming van dat rijk van God, dat Huis van Vrede: de bewoonbare, paradijselijke aarde, waar mensen in vrede samen leven, op elkaar betrokken! De hemel op aarde! Op deze feestdag van ‘Christus koning’ wordt uw bijdrage gevraagd voor het werk van de PCI, De PCI is de caritasinstelling van onze parochie. Zij probeert mensen in onze eigen wijk die veelal door financiële nood in moeilijkheden zijn geraakt, te helpen met een bijdrage voor de oplossing van een acuut probleem. Dat doet de PCI namens de gemeenschap die wij hier met elkaar vormen. Zo proberen we als parochiegemeenschap Gods koninkrijk weer een beetje dichterbij te brengen. Maar meer nog dan met geld doen we dat door er voor elkaar te zijn, en zeker op de momenten waarop we elkaar zo hard nodig hebben! AMEN

[ TERUG NAAR DE PREKENDATABASE ]