Zondag 9 mei 2004, M. Kersemaekers, Antoniuskerk

Kunnen wij, zoals we hier als parochianen bijeen zitten, van ons zelf zeggen dat wij de liefde onder elkaar bewaren? Hebben wij elkaar lief zoals Jezus zijn leerlingen heeft lief gehad?

Deze vraag overdondert u misschien. We kennen elkaar niet allemaal even goed. Om iemand lief te hebben moet je iemand toch behoorlijk goed kennen? Van je man en je kinderen en van een goede vriend kun je houden; je buurman is misschien een aardige vent, maar om nou te zeggen dat je van hem houdt?

In ons geloof speelt het begrip liefde een cruciale rol. Jezus gaf volgens Johannes aan zijn leerlingen een nieuw gebod: ”gij moet elkaar liefhebben, zoals ik u heb liefgehad”. Dit klinkt als een commando: je moet liefhebben!
Liefde laat zich niet commanderen, laat zich niet dwingen. Hoe moeten we deze woorden van Jezus dan verstaan?

Jezus spràk deze woorden tijdens zijn laatste samenzijn met zijn vrienden en leerlingen. Op die avond van het Laatste Avondmaal had hij op symbolische wijze nog eens geprobeerd duidelijk te maken wat ten diepste zijn betekenis geweest was. Tegen het protest van Petrus in was hij door de knieën gegaan en had Hij zijn leerlingen de voeten gewassen. Jezus liet zien dat hij gekomen was om te dienen, niet om gediend te worden.
Deze daad van dienstbaarheid is als het ware een uitvergroting van de houding waarmee Jezus stééds in het leven had gestaan: als een mens van Godswege, namelijk een dienende mens! Waar Jezus gekomen was had Hij heil gebracht, genezing en saamhorigheid. Hierin werd Hij herkend als een man van God. Hij ging zover dat Hij eenmaal beschuldigd en verraden, het kruis op zich nam en de vernederende slavendood aan het kruis stierf. Zò bleef Hij trouw aan zijn Vader en aan zijn vrienden die Hij had voorgeleefd. Hij krabbelde niet terug en liet zich niet verleiden tot een ander bestaan dan dat Hij steeds geleid had; hij gaf het bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe!

Het aloude gebod: “bemin uw naaste als uzelf”, werd door Jezus in een nieuw perspectief geplaatst. Jezus had als mens voorgeleefd wat dit gebod uit de Thora betekende. Daarom ook lezen we in het evangelie van Johannes over ‘een nieuw gebod’.
Het woord gebod werkt wellicht verwarrend. Het lijkt welhaast tegenstrijdig om liefde en dwang in een adem samen te brengen. Maar het kan ook zó verstaan worden: Jezus geeft ons de raad om ons open te stellen voor de liefde die om ons heen is. Liefde die mensen ontvangen en liefde die mensen geven. Liefde is de grootste gave die we van God ontvangen hebben!
Ouders van een pas geboren kindje ervaren dit heel intens: alles in hen is erop gericht dit kwetsbare en onbevangen hoopje leven te beschermen en te verzorgen. In de wereld die vol gevaren is, zijn er op dat moment minstens twee mensen die met heel hun wezen de liefde representeren.
We hebben de afgelopen week weer talloze verhalen gehoord over de bezettingstijd en de oorlog. De wereld stond in brand en niemand was zijn leven zeker. Temidden van dat kwaad waren er mensen die luisterden naar hun innerlijke stem, de grootste kracht die in hen was.
Zo zag ik het aangrijpende verhaal van Donald Speelman, een joodse man die in 1942 als tweejarig jochie door zijn moeder en een moedige Fransman gered was uit de klauwen van de Nazi’s. De moeder van Speelman was door het lot gedwongen te kiezen tussen een samenzijn met haar man en kind, de dood tegemoet òf een vlucht met haar kind, weg van haar innig geliefde man die al gearresteerd was. Dankzij Jules, die moedige Fransman, kon zij de grens naar het neutrale en vrije Zwitserland oversteken. Jules riskeerde zijn leven voor deze vrouw en haar kind. Hij had zich laten leiden door de stem van zijn hart. Of Jules gelovig was, weet ik niet. Maar één ding is zeker: hij representeerde op dat moment de liefde die van God komt.

Wie luistert naar de stem van God, die hoort in zichzelf, die hoort in zijn eigen hart, de roep van zijn medemens om samen met hem mens te zijn. Die ziet in zijn medemens iemand als zich zelf: een mens met net zoveel behoefte aan vriendschap, aandacht, zorg en begrip.
Christenen zijn geroepen om Gods liefde zichtbaar te maken in deze wereld. Hoe kunnen zij dat beter en geloofwaardiger doen, dan door in hun eigen gemeenschappen, luisterend naar de stem van hun hart, te leven als broeders en zusters? Daarmee vormen zij een voorafspiegeling van het nieuwe Jeruzalem, de stad van God, waar ‘geen rouw, geen geween, geen smart zal zijn’. Het nieuwe Jeruzalem, waarover wij daarnet lazen in de Apocalyps, is het bijbelse beeld dat laat zien waartoe leven in de voetsporen van Jezus leidt.
Paulus bracht de blijde boodschap van Jezus naar de wereld buiten Palestina, het land van de joden. We lazen in de Handelingen hoe hij en zijn metgezel Barnabas de door hen gestichte gemeentes van nieuwe christenen bezochten en bemoedigden te volharden in het geloof. Ook voor de heidenen, dat wil zeggen de niet-joden, was door God de poort van het geloof geopend! Ook hier een nieuw perspectief: de roep om te leven volgens het beginsel ‘heb uw naaste lief als uzelf’, werd hoorbaar gemaakt in de wereld buiten Palestina.

Híer komen wij samen om te luisteren naar het woord van God en om gemeenschap te zijn rond de tafel die herinnert aan Jezus’ laatste avondmaal met zijn vrienden en waar Hij het bewijs van zijn liefde gaf tot het uiterste toe. Straks gaan wij weer naar huis en naar onze eigen kringen van gezin, familie, vrienden, buren, huisgenoten, collega's. Kunnen wij bemoedigd door het woord dat wij hier vernamen, straks zeggen dat wij in die kringen de liefde onder elkaar bewaren? Dat wij dáár proberen een vonk te laten oplichten van dat geweldige visioen van Johannes?

AMEN

[ TERUG NAAR DE PREKENDATABASE ]