Zondag
05 oktober 2003, Michiel Kersemaekers, Antoniuskerk
Jaren geleden zag ik eens een spotprent die bestond uit drie plaatjes. Op het
bovenste plaatje zag je een verliefd stelletje in een 'lelijk eendje' , een
deux-chevaux. Ze zaten dicht tegen elkaar aan, zij met haar arm om zijn schouders.
Op het tweede plaatje zat dat stel, een jaar of tien ouder geworden, in een
al wat grotere middenklasse auto en was er afstand tussen beide gekomen. De
intimiteit was verdwenen. Op het derde plaatje bleek het beiden behoorlijk voor
de wind te zijn gegaan, want ze waren de bezitters van een grote mercedes: een
ruime auto, die dan ook benut werd om er op een behoorlijke afstand van elkaar
in plaats te nemen! Bij het voorbereiden van deze overweging kwam me die spotprent
weer voor ogen. Zou het de natuurlijke gang van de meeste huwelijken en relaties
tussen man en vrouw weerspiegelen? In dat geval zou een relatie heftig beginnen
en met de dood-in-de-pot eindigen. Het zal best vaak zo gaan, helaas! En bleef
zo'n huwelijk vroeger dan nog in stand, al was het de naam huwelijk al niet
meer waardig, tegenwoordig wordt er dan vaker tot echtscheiding besloten. De
beide lezingen van vandaag handelen over de betekenis van het huwelijk tussen
man en vrouw. Desgevraagd geeft Jezus zijn visie op de relatie die man en vrouw
met elkaar zijn aangegaan. Hij grijpt daarbij terug op het scheppingsverhaal,
waar staat dat de mens alleen was. Er staat niet 'de man', maar de mèns. En
God zag dat het niet goed was, dat de mens alleen was. Spelenderwijs gaat God
aan de slag om een hulp voor de mens te maken, een hulp die bij hem past. Dat
is belangrijk om te lezen: 'die bij hem past' . De mens moet met die hulp -ook
dat begrip verdient verduidelijking- op voet van gelijkwaardigheid kunnen verkeren;
de mens moet met die hulp kunnen communiceren in de breedste betekenis van het
woord. God boetseerde de dieren en de vogels in de lucht, maar die waren het
niet: die konden niet bieden wat de mens echt nodig had. En God kwam op het
idee om uit de mens een rib te nemen en daaruit een vrouw te vormen. Nu pas
komt voor het eerst een geslachtelijk wezen ter sprake. De mens werd gesplitst
in een manlijk en een vrouwelijk deel. Samen zouden die een eenheid vormen.
De mens is in wezen pas mens, als zijn manlijke en vrouwelijke eigen-aardigheden
bij elkaar gekomen zijn! Twee individuen met hun bijzondere eigenschappen vullen
elkaar aan tot één geheel. Zij helpen elkaar, en zijn elkaars hulp. Je kunt
dus niet zeggen dat de vrouw geschapen is als hulp van de man; nee, ze zijn
geschapen om elkaar te helpen, om elkaar aan te vullen bij het mens-worden!
In onze tijd erkennen velen dat ook homoseksuelen, zij die een verbintenis met
iemand van hetzelfde geslacht aan willen gaan, in zó'n relatie tot volledige
menswording kunnen komen. Ook hier kan men elkaar aanvullen met ieder zijn of
haar kwaliteiten. Voor ons 21ste eeuwse gelovige mensen speelt de vraag die
aan Jezus werd gesteld, namelijk: "staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?",
een cruciale rol. In onze tijd zijn immers de opvattingen over de onverbrekelijkheid
van het huwelijk behoorlijk veranderd. Veel huwelijken lopen op de klippen.
Velen van ons weten hoezeer in een huwelijk de onleefbaarheid zo groot geworden
kan zijn, dat een echtscheiding het minste van alle kwaden lijkt. Toch hoor
je ook nog vaak het oordeel: 'wat zijn die mensen egoïstisch'. En vooral als
er kinderen zijn wordt door buitenstaanders aan de voormalige echtelieden dat
verwijt gemaakt. Omdat buitenstaanders niet kunnen oordelen over wat anderen
beweegt, past hun geen oordeel. Als het samenleven een hel is, kan het uiteindelijk
voor kinderen een bevrijding zijn als hun ouders apart gaan wonen. Dat wil níet
zeggen dat wij ons geen oordeel over de waarde van het huwelijk mogen aanmeten.
Het huwelijk is immers een ideaal, een streven naar volmaaktheid: een man en
een vrouw (en tegenwoordig ook twee mensen van hetzelfde geslacht) die elkaar
ten overstaan van God en de gemeenschap trouw beloven, gaan een verbintenis
aan waarbij zij hun hele persoon inbrengen. Zij zeggen 'ja' tegen elkaar als
individu met elk zijn eigen-aardigheden. Als men het aandurft voor elkaar te
kiezen, dan heeft men elkaar al behoorlijk leren kennen. Men heeft de ander
gekozen om diens eigenheid: vaak die karaktereigenschappen die men zelf niet
of in mindere mate heeft. Gelovigen ervaren de liefde voor die ander als door
God gegeven. Maar ook mensen die niet in God geloven ervaren die liefde voor
de ander als heel bijzonder en vooral ook kostbaar. Dan is het mensen heel wat
waard om die liefde verder te laten groeien en met die ander samen mens te worden.
De zorg voor kinderen kan die relatie een nieuwe impuls geven; de aandacht voor
elkaar krijgt een nieuwe dimensie omdat men samen de verantwoordelijkheid voor
het welzijn van de kinderen voelt. Wetend dat mensen veel waarde hechten aan
het huwelijksideaal, is het dan niet verbazingwekkend dat er toch nog zoveel
huwelijken sneuvelen? Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die lichtvaardig in
het huwelijksbootje stappen. En nu het ook wettelijk makkelijker is geworden
om te scheiden -het begrip flitsscheiding heeft z'n intrede al gedaan- zal dat
misschien hoe langer hoe meer gebeuren. Maar desondanks zullen veel mensen waarvan
het huwelijk in een crisis komt ervoor vechten om die crisis te overwinnen.
Vaak lukt dat niet, en dat doet veel pijn bij beiden. In Jezus' tijd waren ideaal
en werkelijkheid ook nog verre van een eenheid. Het feit dat de leerlingen van
Jezus hem, thuis gekomen, over dit onderwerp bleven ondervragen wijst daar al
op. Jezus is heel stellig in zijn antwoord: "wat God verbonden heeft, mag een
mens niet scheiden!" Jezus houdt het ideaal hoog: God heeft het beste met de
mensen voor. Hij heeft hun de liefde voor de ander als hoogste goed in handen
gegeven. Als mensen in vrijheid voor elkaar gekozen hebben, elkaar beloofd hebben
elkaar te helpen bij de heelwording, dan gaat het volledig tegen Gods wil in
als we plotseling en zomaar die ander laten vallen! Als we die ander wegsturen
om weer net zo makkelijk een ander te huwen, dan is dat een vloek. Want dan
is het er ons kennelijk niet om te doen de ander tot hulp te zijn, maar de ander
te gebruiken ten eigen gerief. Er is dan sprake van echtbreuk: die is ook eenzijdig,
want de ander wordt verlaten of weggezonden. De ander wordt onrecht aangedaan,
en dat gaat altijd in tegen Gods wil. Daarom kunnen we het evangeliegedeelte
van vandaag niet verstaan als een oordeel over mensen die na een lange strijd
tot de conclusie zijn gekomen dat het ideaal voor hen niet weggelegd was, maar
wel als een oproep om de gave van de liefde volledig in te zetten in onze relatie
met de ander!