Zondag 27 juli 2003, G.J. Westerveld, Antoniuskerk
Als je door de stad loopt komt uit de winkels een overvloed aan spullen op je af het kan in onze wereld niet op – En tegelijkertijd is er ook een ongelofelijk tekort: je komt op een wachtlijst voor een nieuwe heup en als je dan eindelijk geholpen bent en je naar huis mag kan je fluiten naar thuiszorg; Scholen hebben de grootste moeite om personeel te vinden terwijl er volgens de berichten overal mensen op straat komen te staan. Overvloed en tekort tegelijkertijd…. Vandaag twee verhalen over gebrek aan brood en in beide verhalen iemand die de vraag stelt: “Waar heb je het over?” Het eerste verhaal is een legende over de grote de profeet die ons wil vertellen hoe heilig Elisa is hoe dicht hij bij God staat. Er komt iemand bij de profeet met twintig bolletjes terwijl er in een dorp honderd mensen moeten eten. Als hij zegt dat ze moeten gaan delen blijkt dat er genoeg is voor iedereen. Misschien met dat verhaal in zijn achterhoofd lokt Jezus zijn leerlingen uit: hebben zij een oplossing voor die massa mensen die daar aan het eind van de dag in de eenzaamheid is beland; waar geen snee droog brood is te vinden voor mensen die honger hebben. Dat kunnen wij niet betalen; het zou je meer dan een half jaarloon kosten om zo’n massa een beetje te eten te geven. In alle oprechtheid; je moet redelijk blijven en wat niet kan kan nou eenmaal niet. Een dan schuiven ze een jongen naar voren die vijf broodjes en een paar vissen bij zich heeft: aan hem zie je hoe onmogelijk het is om zo’n massa te eten te geven Toch blijkt dat meer dan genoeg te zijn voor vijfduizend mannen, de vrouwen en kinderen niet meegeteld, als Jezus begint te delen….. Er zijn zelfs twaalf korven met korsten over als iedereen gegeten heeft…. Laten we de verhalen niet lezen als een verslag van de toer de France met het preciese aantal renners met van elke de etappetijd tot op een honderste seconde nauwkeurig . Lees het met in je achterhoofd de geschiedenis van het volk in de woestijn dat onder leiding van Mozes is gevlucht uit Egypte en steeds gebrek heeft: met honger en dorst. Daar is steeds Gods zorg voor mensen weer gebleken door het manna uit de hemel, door kwartels die neervallen en rotsen waaruit water stroomt. Je hoort Jezus zijn leerlingen vragen of zij wel echt zien wie zich voor zich hebben: zie je wie ik ben ; hoe God dicht bij je komt Zien ze hoe in Zijn leven Gods liefde ruimte krijgt. Zien de leerlingen hoe bij Jezus overvloed is aan God, aan aandacht en zorg voor mensen met hun gebreken en hun honger en dorst die niet te stillen valt? Na het spektakel van de grote maaltijd zijn er mensen altijd die zo’n man voor hun eigen plannen willen inzetten. Hij moet hun koning worden; maar zodra Jezus daar lucht van krijgt vlucht Hij…. Jezus kennen veronderstelt een bepaalde manier van kijken naar het leven. In Jezus geloven veronderstelt dat er in je eigen doen en denken iets wordt weerspiegeld van wat je bij Jezus hebt gezien; Daar wijzen die woorden op die Jezus door de evangelist Johannes in de mond worden gelegd, die een sterveling niet zomaar uitspreekt : ik ben de weg, de waarheid en het leven; ik ben de goede herder, ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald en wie van dit brood eet zal leven in eeuwigheid. Deze woorden willen beaamd worden: ze vragen om mensen die zeggen dat is Jezus voor mij ten voeten uit: Messias, profeet van de Allerhoogste, God in eigen persoon... Dat gebaar van Jezus die de mensen verzamelt God dankt, en het brood uitdeelt wordt voor onze ogen hier herhaald om het zelf te gaan doen. Als je het brood van het altaar mee deelt zeggen we: zo willen we het zelf ook gaan doen in ons leven. Niet binnen halen maar uitdelen. De viering van de eucharistie is een gebaar dat wij over grenzen willen heen gaan; misschien wel onmogelijk dingen gaan zeggen en denken en doen; dat je bij wijze van spreken in de schaarste een rijkdom ziet: met elkaar kan je meer: is er zoveel kracht en zoveel hoop op vrede: alleen je moet het willen zien en zelf gaan doen: hier in de kerk maken wij een begin met een klein stukje brood voor iedereen en een beetje wijn: een oefening in wat we willen: het leven dat ons gegeven is, met allerlei mooie en moeilijke momenten ,delen…… Waar mensen delen blijkt altijd meer dan genoeg te zijn….. En laten we elkaar vertellen waar wij het zien gebeuren waar we het meemaken : zodat onze hoop en het vertrouwen in de toekomst van God groeien en doorgaan…. Dat besef van de andere werkelijkheid en het zien van een andere wereld dan die je kan vatten en te koop is voor de hoogste bieders wordt je op enig moment gegeven. We zeggen daarom ook dat het geloof een gave is: je bedenkt het niet zelf: het overkomt mensen op hun levensweg Hananja je bent zo iemand die gaande je weg die andere kijk van Jezus’ leerlingen en dat aanvoelen van het leven heeft ontdekt. Je kiest er voor op die weg van leerling van Jezus te leven. Je keuze heb je beproefd door het leven in deze gemeenschap een tijdje mee te maken; je hebt er over nagedacht en over gesproken met Mariet de Rijk van de gemeenschap van de Vrouwen van Bethanië die jou wegwijs heeft gemaakt in het leven van de kerk, een gezelschap waarop misschien van alles aan te merken maar door alles leerling en volgeling van de Heer blijft. Je treedt toe tot de levensschool van Jezus Christus: je wordt dadelijk gedoopt: met water als teken van de wassing: schoonschip - een nieuw begin Je wordt gezalfd met olie die je huid doordringt: en we bidden dat je doordrongen raakt van Gods geest. Je krijgt een brandende kaars mee want je bent iemand bent die het licht, het leven van God draagt in zoveel duister van het leven waarin mensen de weg kwijt raken Hananja ik wens je toe dat je op je levenspad geluk vindt in je geloof en met Rene naast je…. Mag ik je het zo zeggen: dat je een mens blijft met oog voor het verwonder dat God dichtbij ons komt ons aanraakt en ons gebrek en verlangen vervult; dat jij door jouw verwondering Ik wens jou toe dat voor de mensen om je heen met alles wat je hebt, misschien mist of verlangt een zegen bent…… Dat wens ik overigens ons allen toe…

[ TERUG NAAR DE PREKENDATABASE ]