Zondag 15 juni
2003, Jubileumviering Antoniuskerk, M. Vijverberg o.p., Antoniuskerk
Afgelopen woensdag tegen acht uur 's avonds liep ik de Damstraat in op weg naar
een vergadering in uw parochiehuis toen ik geschreeuw hoorde dat kennelijk veroorzaakt
werd door een paar mannen die elkaar heftig te lijf gingen. Misschien vindt
u het niet zo leuk dat ik bij deze gelegenheid van dit jubileum met dit feit
begin; maar dan voeg ik er onmiddellijk aan toe dat ik er, zij het op afstand,
ook iets heel positiefs zag gebeuren. Want de twee vechtersbazen werden door
mannen met een duidelijk overwicht aan spierkracht vast gegrepen en buiten elkaars
bereik gehouden. Ze lieten niet toe dat de een de ander in elkaar zou slaan.
Ik dacht: dat is niet alleen overwicht in fysieke kracht, maar ook moreeloverwicht;
saamhorigheid, respect voor elkaar en vrede tussen mensen waren voor hen belangrijker
dan de sensatie te zien hoe mensen elkaar kapot maken.
Moreel gezag, is dat niet dat je geestelijke, menselijke waarden belangrijker
vindt dan bezitsdrang, dan de baas spelen over anderen, dan de ander misbruiken
voor eigen doeleinden, of de ander kleineren en uitstoten. Mensen met moreel
gezag, moreeloverwicht, zijn met name vandaag de dag belangrijk, belangrijker
dan de gummistok; we moeten ze in ere houden; ze zijn te vinden in alle lagen
van de bevolking en in alle culturen; je hoeft er niet rijk of bestudeerd voor
te zijn; je treft ze zelfs aan bij kinderen en jongeren, op school, op het sportterrein,
in de disco. De samenwerkende kerken en de drie sterkst vertegenwoordigde religies
in deze wijk, het christendom, de Islam en het Hindoegeloof: ze zijn een goede
voedingsbodem voor mensen van een hoog moreel gehalte. De liturgie en in het
bijzonder de lezingen van vandaag roepen ons op zulke mensen te zijn.
Zo is de eerste lezing uit de profeet Jesaja een aansporing om rechtvaardig
te zijn en de gerechtigheid te beoefenen. En die aansporing wordt concreet gemaakt
door te laten zien hoe Gods houding is ten opzichte van zowel de vreemdeling
als van wat heet de castraat, de mens namelijk die geen nageslacht kan verwekken
en wiens naam dus menselijkerwijs gesproken niet zal voortleven. Het zijn twee
voorbeelden die je in onze tijd met allerlei anderen kunt uitbreiden, b.v.ongeneeslijk
zieken, daklozen, psychiatrische patiënten. God zegt, in tegenstelling
tot veel van ons: jullie horen erbij als je mijn verbond wil bewaren, als je
de sabbat wil onderhouden, als je de naam van de Heer wil beminnen. En ook al
tel je bij de mensen niet mee, als je geen nageslacht kunt voortbrengen, zodat
je naam blijft leven: ik geef jullie een steen binnen mijn tempel met je naam
erop, een eeuwige naam die nooit zal worden uitgewist, belangrijker dan zonen
en dochters die je naam verder zouden moeten dragen. Vertegenwoordigen zulke
woorden niet een hoge morele waarde, van groot belang voor deze wijk? En bent
U daar al niet mee bezig om die waarden in praktijk te brengen? Is het u trouwens
opgevallen dat in die eerste lezing bij die waarden ook steeds sprake is van:
het onderhouden van de sabbat? Als je de hoge morele standaard trouw wil blijven
moet je je voortdurend laten toetsen en laten inspireren door de God, van wie
deze waarden voortkomen. De grote godsdiensten kennen wat vanuit de Joodse traditie
de sabbat heet. Het is belangrijk om binnen je gemeenschap te laten zien dat
handel, geld verdienen, werken, niet de hoogste norm in het leven is. Op dit
punt kunnen de godsdiensten zeer goed samenwerken en elkaar ondersteunen.
Daarom is wat aan het eind van deze viering staat te gebeuren een prachtig getuigenis:
de inwijding, de opening van de gebeds- en meditatie ruimte, een geschenk van
velen voor deze wijk, of om met de woorden uit de eerste lezing te spreken:
een huis van gebed voor alle volken. In dat huis van gebed kunnen gelovigen
van alle culturen hun God vinden en elkaar. Maar er is meer nodig dan stenen
metselen of een hekwerk plaatsen. Wat we meer nodig hebben horen we in de tweede
lezing: laat u als levende stenen opbouwen tot een geestelijke tempel, tot een
heilig priesterschap, dat geestelijke offers opdraagt. Lange tijd hebben wij
als katholieken kunnen steunen op instituten, katholieke organisaties, een veelheid
van kerken, en wij hebben daar veel in geïnvesteerd. Na het herstel van
de hiërarchie dat we afgelopen zaterdag vóór Pinksteren in
deze zelfde stad hebben gevierd, hebben katholieken hard gewerkt aan een volwaardige
plaats in de samenleving, na een lange periode van achteruitstelling. Deze inzet
heeft ons nauw met elkaar verbonden en heeft ook heel veel geestelijke leiders,
priesters en katholieke voormannen opgeleverd.
Maatschappelijk gesproken is die emancipatie voltooid. Het lijkt er nu op dat
daarmee ook de stimulans om zich voor de kerk en het geloof in te zetten is
verdwenen. Maatschappelijk valt er geen eer meer aan te behalen. Feitelijk betekent
het dat het aantal priesters drastisch is ingekrompen en nog steeds verder inkrimpt.
Des te meer treft me dan ook de tweede lezing van vandaag, waar we hoorden:
laat u als levende stenen samen opbouwen tot een geestelijke tempel, tot een
heilig priesterschap. Behalve stenen samenvoegen en metselen gaat het er nu
om onszelf als levende stenen te laten opbouwen tot een geestelijke tempel,
een heilig priesterschap, dat geestelijke offers opdraagt. Wat betekent dat
woord 'geestelijke offers' anders dan dat we samenkomen in gebed, ons laten
inspireren door het woord uit de bijbel en de Koran, en dat we met elkaar een
samenleving opbouwen op basis van de geestelijke en morele waarden, een samenleving
waarin de vreemdeling niet hoeft te zeggen: de Heer houdt mij zeker afgezonderd
van zijn volk; of de castraat: ik ben maar een dorre boom; wat men van mij verwacht
kan ik niet opbrengen. Er mogen dan veel minder geestelijke leiders zijn dan
vroeger luister echter naar wat Petrus, de eerste paus in de lezing van vandaag
zegt: "u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een
heilige natie, een volk dat zijn (Gods) bijzonder eigendom werd om de roemruchte
daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn
wonderbaar licht".
We worden opgeroepen om zelf dragers te worden van de geestelijke waarden waardoor
wij dat ene volk van God mogen worden dat getuigen zal van Gods roemruchte daden.
En op deze manier creëren we weer een nieuwe vruchtbare bodem, vruchtbaarder
dan de maatschappelijk realiteit van vroeger, voor het ontstaan van een verscheidenheid
van genadegaven, voor een verscheidenheid ook van bedieningen en van uitingen
van kracht, zoals mensen van een hoog moreel gehalte; Paulus noemt deze gaven
in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe.
Woorden wekken, maar voorbeelden trekken. Ik wil eindigen maar niet omdat het
het minst van betekenis is, maar meer als de klap op de vuurpeil met de derde
lezing, waarin we in een concreet voorbeeld zien hoe Jezus in feite in praktijk
brengt wat we tot nu toe met elkaar hebben overwogen: Hij ziet een man in een
vijgenboom, en niet zomaar een man, een kleine man, maar met een hatelijke gedragspatroon:
Zacheüs, de oppertollenaar, zeg maar een hele hoge piet in het belastingwezen
die de mensen uitzuigt door hen onrechtvaardige lasten op te leggen. De mensen
haten en verachten hem; en wat doet Jezus, hij komt langs die boom en roept
naar Zacheüs: "kom vlug naar beneden want vandaag moet ik in uw huis
verblijven." En dan blijkt ineens dat die kleine gemene man toch net iets
meer in zich heeft dan alleen maar slechtheid. Terwijl de mensen begrijpelijk
er schande van spreken, is Zacheüs zo onder de indruk van zoveel onbevangen
en oprechte liefde van Jezus, dat hij praktisch afstand doet van het overgrote
deel van zijn bezit. Hij probeert geen misbruik van Jezus te maken om door Hem
zijn gedrag te laten rechtvaardigen; Jezus laat zich daarvoor ook niet gebruiken,
want hij zegt openlijk: "vandaag is er redding gekomen voor dit huis...
De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is. Een
man, die geen goed kon doen bij zijn medemensen, krijgt de kans er weer bij
te horen en zijn leven te veranderen. Er is weer een mens gewonnen. Dat is wellicht
de beste samenvatting van alle morele waarden waarover we spreken: probeer mensen
voor het goede te winnen en ze niet af schrijven; zo bouwt zich het ene volk
Gods op, ook in deze wijk, waar u trouwens in dit jaar en ook ervóór
al mee bezig bent.