Zondag 26 januari
2003, G.J. Westerveld, Antoniuskerk
We weten over Jona heel weinig; het is zelfs de vraag of Jona echt heeft
bestaan….. Het verhaal is tot in onze dagen bewaard omdat het iets duidelijk
maakt over wie God is….. Het hele verhaal is maar twee bladzijden groot maar
genoeg als een spiegel waarin je ziet wie we zelf zijn… We hebben er allemaal
een handje van om te klagen over anderen: of je nou bij de kapper komt, op verjaardagen
of in de koffie kamer van de pastorie: overal waar mensen bij elkaar zitten
vertellen ze elkaar dat de wereld nog nooit zo slecht is geweest als nu…… De
buitenlanders willen zich niet aanpassen de politici zijn onbetrouwbaar; op
straat wordt je voor een dubbeltje in elkaar geslagen en ook hier in de kerk
wordt je alles wat je dierbaar is afgenomen: Kijk maar wat er over vorige week
zondag gemopperd is…… Maar ga er eens wat aan doen; waar zijn dan de mopperaars
als er iets kan gebeuren….. Jona moet naar Nineve de hoofdstad van Assyrië de
vijand van het joodse volk om daar te zeggen hoe het er voor staat; dat voor
God de maat vol is:…… Jona heeft er duidelijk geen zin in Jona kijkt wel uit,
wat heeft hij er mee te maken dat daar de mensen naar de verdommenis gaan……
Hij monstert aan op een schip dat precies de andere kant op zal gaan: Er staat
dan in het verhaal “weg van het aangezicht van de Heer” Dan breekt er op zee
een orkaan los en het schipt dreigt te vergaan; Daar zoeken de matrozen naar
de oorzaak van de ramp Jona die niks doet, die in het ruim van het schip ligt
te slapen wordt aan gewezen als de zonde bok. Hij wordt overboord gezet en de
storm gaat liggen: zie je wel hadden we geen gelijk? Dat doen wij nog steeds
ze: ook wij weten vaak wie het heeft gedaan wie de schuld is van alle ellende….
De wind ging liggen en de zee werd rustig…. Dan is er een monster dat Jona opslokt
en na drie dagen op het droge spuwt In de buik van het monster slaat hij aan
het bidden: met de psalmen die hij als kind heeft geleerd uit de diepte roep
ik; het water staat mij tot aan de lippen Heer laat mij niet wegzakken in de
grafkuil Misschien kent u deze gebeden misschien hebt u deze woorden ook wel
eens uitgeschreeuwd… en ben je toen tot het inzicht gekomen dat je beter je
mond kan houden als er gemopperd wordt over mensen en dingen, die niet willen
deugen….. Dan begint ons verhaal vandaag: God begint eigenlijk opnieuw Voor
de tweede keer spreekt God met Jona en nu gaat hij wel naar Nineve… Aan de manier
waarop het verhaal verteld wordt merk je dat hij niet met overtuiging gaat:
Jona doet nu zijn plicht…… In Nineve dat drie dagreizen groot is gaat Jona na
een dag niet meer verder… Wat heeft hij voor boodschap aan deze mensen waarop
van alles is aan te merken…. Wat heb je als gelovige te maken met die mensen
die maar doen wat ze willen….. Wat heeft Jona er voor pijn aan dat zo’n volk
bedreigd wordt met de ondergang ? Ze hebben toch zelf voor de ellende hebben
gezorgd?…… Jona is stomverbaasd dat zijn oproep als een lopend vuurtje door
de stad gaat : en dat iedereen precies wil weten wat dat vreemde mannetje heeft
gezegd….. Wat moeten de mensen doen om het onheil af te wenden Van hoog tot
laag is zijn de mensen gevoelig voor zijn kritiek op de samenleving in de stad
met de tegenstelling van rijk en arm met vervuiling, discriminatie, geweld en
criminaliteit. Jona kan zijn ogen niet kunnen geloven: dat mensen in rouw gaan
en God smeken om terug te komen van zijn besluit deze stad te verwoesten: God
kreeg spijt en voerde het onheil niet uit……. Het kan dus dat een stad, dat een
samenleving, dat deze wereld zich bekeert…. Maar Jona kan er niet tegen: als
Jona zijn boodschap heeft afgegeven gaat hij de stad uit en gaat als een ramptoerist
op een heuvel zitten wachten tot de stad zal worden omgekeerd. EN Jona wordt
boos en hij gaat tekeer tegen God Heb ik het niet altijd gezegd altijd geef
je de mensen weer een kans; altijd strijkt hij weer over zijn hart… Jona krijgt
een lesje met een boom die hem schaduw geeft en de volgende dag is die boom
verdord en zit Jona in de schroeiende zon en weer begint hij te klagen: je kan
beter dood zijn…….het heeft toch geen zin…. God vraagt Jona: als je zo te keer
gaat over een boompje zou ik dan niet bezorgd mogen zijn over de grote stad
Nineve met zoveel mensen? Jona is de man die gelooft in de boodschap die hij
brengt maar niet in de positieve effecten van wat hij zelf doet en zegt….. Het
kwam niet bij hem op dat de stad zich zou bekeren en dat God met mededogen naar
mensen kijkt…. Als ik naar het evangelie van vandaag luister haalt Jezus voor
deze blijde boodschap mensen bij elkaar: dat God zich om mensen bekommert. Marcus
schrijft over Galilese vissers die zich door Jezus hebben laten meenemen; Ze
hebben hun werk en familie hebben gelaten voor wat het is Zij hebben door een
geschiedenis van verraad van lijden en dood heen gezien hoe hun Meester die
zich alleen beroept op de liefde en de trouw van zijn Schepper de dood te boven
komt. Hij heeft een groot vertrouwen in de mensen die met hem mee durven te
gaan: Tegen hen zegt Hij: jullie zullen vissers van mensen worden… Dat herinneren
ze zich als zij tot hun eigen verbazing zien dat ook zijzelf door de manier
van leven die ze van Jezus hebben geleerd met bij tijden ook alle pijn en moeite
mensen op de been hebben gezet… Ze zijn vissers van mensen Ze trekken mensen
uit de golven en de kolkende zee die het leven soms is… Durven wij ons zo te
laten meenemen en durven we, als de Meester zelf, met onze woorden en onze daden
te laten zien hoe God mededogen heeft met mensen? Begroeting In de lezingen
van deze zondag horen we over roeping van mensen: willen ze God leren kennen
en doorgeven wat zijn van hem horen?…. Wie luistert naar de stem van God in
zijn of haar leven is geen baas meer over zichzelf; het kan zijn dat je het
leven dat je vertrouwd is moet los laten …… Wie luistert naar de stem van God
zal zelf een mens worden die anderen tot zegen is; je zal iemand worden die
Gods liefde en barmhartigheid aan het licht brengt….. Hier op de plaats waar
we God zoeken en roepen om zijn aanwezigheid erkennen wij dat we vaak doof zijn
geweest voor de stem die ons aanspoort tot woorden en daden die vrede en licht
brengen ; we horen en zien zo vaak alleen ons maar onszelf en niet de ander
die naar ons vraagt en op ons wacht….