Zondag 24 november 2002, G.J. Westerveld, Antoniuskerk
Als je kinderen over een koning laat vertellen dan gaat het vaak over een stoere mooie man in een prachtige mantel met een gouden kroon op het hoofd. Hij woont in een paleis met brede gangen en grote zalen en als hij gaat zitten op een troon zal iedereen naar hem luisteren …. Iets daarvan zien we nog als onze koningin in september in de gouden koets naar de ridderzaal rijdt en daar de vertegenwoordigers van het volk toespreekt…… Daaraan hoeven we vandaag op het feest van Christus koning van het heelal niet te denken. Koning Jezus is een verzetje voor de Romeinse soldaten die hebben gehoord dat deze man naar Jeruzalem kwam om de nieuwe koning van de joden te worden…… Hij wordt in de kelders van het paleis van de Romeinse gouverneur op straffe manier ondervraagd De soldaten die hem hebben gegeseld zetten hem een kroon van doorntakken op het hoofd. en ze gooiden hem een vuile mantel om zijn schouders die ergens was blijven hangen… Zijn scepter is de stok waarmee de soldaten hem hebben afgetuigd….. En de troon waarop hij zou kunnen zitten is de balk die hij later op de dag zal dragen naar het kruis waaraan hij buiten Jeruzalem zal worden opgehangen…… Zo is Jezus voor de landvoogd gebracht. Die vraagt hem wat hij in de stad heeft horen gonzen : ben jij koning? Jezus antwoordt: dat ben ik,maar mijn koninkrijk is niet van deze wereld…… Jezus heeft niks met het koningschap dat de mensen hem van alle kanten hebben opgedrongen. Toen hij een menigte mensen te eten had gegeven wilden ze hem tot koning uitroepen: vluchtte hij de bergen in Toen hij naar Jeruzalem ging droomde menigeen in zijn gezelschap ervan dat hij daar koning zou worden. Met hem zou een tijd van welvaart komen zoals in de dagen van zijn voorvader koning David…. Ook daar werd het niks: voor de plechtige intocht van Jezus was er alleen maar een tegenstribbelende ezel om op te zitten………. De leerlingen van Jezus herinneren zich na Pasen en hemelvaart wat hun meester had gezegd over zijn wederkomst: Als hij zou komen zou het rijk der hemelen aanbreken; dan zou de wereld worden zoals ze in de dagen van Adam was geweest waarvan Jezus zelf door zijn manier van leven en zijn genezingen van zieken en bezetenen iets van had laten zien In de dagen van Mattheus zien de volgelingen van Jezus Christus uit naar de wederkomst van de Heer. De mensen worden moe van het wachten: ze houden de spanning niet vol ….. Deze leerlingen herinneren zich wat Mattheus voor ons opgeschreven heeft: dat we niet zullen weten wanneer Hij komt: wij weten dag noch uur We worden er door de evangelist ook aan herinnerd dat we ons als volgelingen van Jezus niet moeten laten afleiden door andere dingen die onze aandacht vragen: blijf waakzaam en zie wat er om je heen gaande is: houd je lampen brandend…. In de afgelopen weken zijn we steeds opgeroepen tot waakzaamheid en tot werken aan de wereld die ons in handen is gegeven….. Als Hij dan komt verschijnt hij met alle pracht en praal: Daar begint vandaag ons verhaal… Wat begint met beelden van een spektakel waar de showbusiness zijn vingers bij aflikt slaat om in een voorstelling waar niemand op zit te wachten….. We horen hoe de koning onderscheid maakt tussen de mensen langs een lijn die iedereen verbaast: die hem hebben zien staan en die hem links hebben laten liggen . Hij vereenzelvigt zich met mensen die honger en dorst hebben. Hij zegt dat hij bij de vreemdelingen hoort en dat hij zich verwant voelt met mensen die geen draad hebben om hun lijf tegen hitte of koude te beschermen; Hij voelt zich thuis bij zieken en bij mensen die vast zitten…. Wat je aan deze mensen hebt gedaan heb je aan Hem gedaan en wat je voor hen niet hebt gedaan heb je niet aan God gedaan….. Wijzelf maken ook de keuze of je die man of vrouw in de sores wil aankijken als je eigen wederhelft; als je broer of zuster: of niet ….. Door wat we doen en laten maken wij al de keus voor onze toekomst: of wij bij de wereld van God zullen horen Wij roepen zelf het oordeel over ons af: Zijn we mensen door wie het leven op aarde verder gaat of laten wij het leven sterven en verdwijnen? Twee duizend jaar gaat dit verhaal als de troonrede van Christus koning over de aarde; Het heeft mensen bewogen om voedsel te geven aan wie honger hebben om pompen te slaan voor wie geen water heeft om mensen die vastzitten in verslavingen te bevrijden en gevangenen te bezoeken. Het heeft mensen bewogen om hun deur open te zetten voor vluchtelingen en daklozen Wij horen dat God zich elke dag bij ons aandient in de gestalte van mensen en elke dag vraagt Hij wie wij voor mensen zijn ook aan ons in Lombok tussen zoveel vreemde mensen met allemaal een vreemde taal en rare gewoonten. Wat wij doen of laten bepaalt of wij mensen met toekomst zijn ……. Honderd jaar hebben mensen in deze ruimte de woorden van Christus gehoord die een gids wil zijn voor leven dat zijn bestemming vindt…. of om met woorden van Mattheus te spreken: een leven dat door het oordeel heen naar het koninkrijk leidt …… De gemeenschap die van generatie op generatie op deze plaats komt om te bidden en Gods aanwezigheid te vieren kende hier dagen van groei en bloei van enthousiasme en steeds weer nieuwe initiatieven…. Daarover is een boek geschreven dat straks zal worden gepresenteerd; om het goede en mooie niet te vergeten.. We zien ook verval en afbraak en we weten dat onze toekomst onzeker is… Want hoe lukt het ons met een klein aantal mensen in dit monumentale huis te blijven wonen? Hoe zal het verder met onze gemeenschap zo klein maar dapper? Soms ga je denken dat alles voor niets is geweest ……. Misschien helpt ook ons dat cryptische boek van Johannes om te blijven op de weg die we ooit hebben gekozen toen we van onze doop hebben gezegd: ik wil ook de weg van Jezus gaan. Johannes schreef aan mensen met grote angst en twijfel of de weg van het geloof wel de juiste was: er leek alleen maar ellende aan vast te zitten. Hun bisschop Johannes had een droom die telkens terugkwam: ik mocht in de hemel kijken en daar zag ik in het midden Iemand op de troon met een boekrol van binnen en buiten beschreven en verzegeld : de hele geschiedenis stond erin en er was niemand ie het boek kon openen en voorlezen. Het hel hemelse hof en paleis zuchtte. Niemand die bij machte is en waardig niemand die de geschiedenis van hemel en aarde met zoveel lijden en ellende begreep…. “Ik huilde ook” zegt Johannes. Daar werd hij op schouder getikt: huil maar niet: daar is de Leeuw uit Juda, de wortel van David; hij kan het boek openen: het lam. Het hele hemelse hof stemt in: Het lam is waardig het boek te nemen en te lezen. Prachtige taal en groot theater….. Voor de eerste lezers van Johannes was het visioen geen cryptische taal. Hier staat Christus Jezus, onze Meester die zich heeft laten afslachten de weerloze kleine en kwetsbare mens die alleen vraagt naar de wil van God ,Zijn Vader en Zijn schepper die we door Zijn eigen dood heen hebben ontmoet. Jezus Christus, zoals Hij bij ons is geweest. ziet Johannes, staat midden in de hemel. Hij leest en verstaat de geschiedenis met alle lotgevallen, ook de onze: hij breekt de zegels van de boekrol….. Wij zeggen hier ook te geloven in dat Lam in Jezus Christus, de mens die levenslang heeft gevraagd naar wat ander met een grote en kleine letter van hem nodig heeft…. Als zijn leerlingen ergens zorgen over mogen maken is het niet over hoe het met de kerk en met de parochies verder zal gaan , maar zijn er mensen die een ander nodig hebben die wij misschien niet hebben gezien en hoe kunnen wij ze in Gods naam ontmoeten ……..?

[ TERUG NAAR DE PREKENDATABASE ]