Zondag 16 juni
2002, 11e zondag door het jaar, G.J. Westerveld, Antoniuskerk
’s Avonds wil ik graag om half elf thuis zijn en nova zien Als ik kijk voel
ik vaak al na een paar minuten de ergernis in me opkomen: het is elke dag alleen
maar meer zieligheid en ongeluk en ik zap verderop zoek naar echt iets interessants
Jezus blijft wel kijken en hij ziet de mensen met hun lichaam dat niet meer
kan zoals je zou willen hij ziet de mensen die geen zin meer kunnen ontdekken
in wat ze meemaken; hij ziet de mensen naar wie niemand meer omkijkt. Hij wordt
er zelf beroerd van; letterlijk staat er dat hij in zijn binnenste werd geraakt:
zijn maag keerde zich om bij het zien van mensen Jezus laat zich in zijn binnenste
raken door deze mensen die van het ene naar het andere moment tobben die niet
weten welke kan ze op moeten; die leven als schapen zonder herder…… Jezus is
doet in Galilea wat in zijn ogen aan elke jood door de tien woorden van God
aan Mozes is opgedragen…. Hij trekt door de steden en dorpen en knapt er mensen
op: zieken worden er genezen mensen worden door Jezus weer bij zich zelf teruggebracht
boze geesten worden door hem verdreven; zelfs doden worden door hem opgewekt…….
Jezus legt ook uit wat Hij doet: het heeft voor Hem alles te maken met het doel
van het leven: hij verwacht een wereld en een tijd waarin het anders zal toegaan
dan we hier te vaak moeten maken Jezus leeft nu al voor een toekomst waarin
alle mensen gelukkig oud worden een wereld waarin niemand meer ten koste van
een ander leeft….. Wie de verhalen leest ontdekt dat de mensen van Galiela veel
van Jezus zijn gaan verwachten…. Een massa trekt achter hem aan omdat ze gezien
hebben hoe hij mensen geneest en doden het leven teruggeeft…… Jezus staat alleen
voor een onbegonnen werk: wij weten precies hoe dat voelt…….. Kijk om je heen:
en begin in je eigen huis en je familie hoeveel mensen lopen er verloren in
onze stad; die alles zijn kwijtgeraakt en niemand hebben die naar hen vraagt…
Hoeveel moet hier gebeuren voordat mensen op deze aarde in vrede en geluk kunnen
leven….. De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig: vraag de Heer van
de oogst om arbeiders in te zetten voor de oogst………. Aan twaalf mensen geeft
Jezus het mandaat om in zijn naam op treden: ze worden Jezus’ vertegenwoordigers
door ook mensen te genezen….. Twaalf namen; twaalf geschiedenissen twaalf mensen
van wie niemand eerder had gehoord; het zijn ook niet alleen maar brave mensen:
er is een tollenaar bij die het met de bezetter houdt en iemand die er niet
tegen opziet zijn vriend voor geld te verkopen. Aan mensen van vlees en bloed
zoals u en ik geeft Jezus zijn vertrouwen. We zijn misschien verbaasd dat Jezus
zich blijkbaar allereerst geroepen voelt om zijn gezanten naar zijn eigen volk
te sturen: Zij moeten naar de verloren schapen van het huis van Israel Allereerst
wil Jezus zijn eigen volk herinneren aan het verbond dat God met Israel op de
berg Sinai Daar is gezegd dat het volk heilig is; uniek en onvervangbaar omdat
het zal doen wat God spreekt. Tegen het volk waar Jezus in leeft is gezegd dat
het priester is: dat het staat tussen God en de volken van de aarde: dat Israel
er is tot geluk van iedereen….. Zijn eigen volk weet uit de eerste hand door
de Woorden van Mozes en de profeten wat de Schepper van de aarde droomt Zijn
volk heeft de tien geboden uit de woestijn die de mensen de weg naar de vrijheid
wijzen een land waarin vrede en overvloed is voor iedereen….. Jezus denkt aan
de steen in de vijver die steeds grotere kringen trekt: zo moet het gaan met
de blijde boodschap dat God op aarde komt: Israel moet van Hem leren ter wille
van de hele bewoonde wereld… Mattheus vertelt ons verderop hoe Jezus bij zijn
hemelvaart zijn leerlingen als zijn gezanten naar uithoeken van de wereld stuurt
om het blijde nieuws van Gods aanwezigheid op aarde verkondigen. Door de doop
zullen ze mensen opnemen in de kring van die het leven van Jezus wil leren.
In het spoor van de twaalf apostelen worden wij er door onze doop nu op uit
gestuurd om het werk van Jezus Christus te doen: herder te zijn voor mensen
en mensen richting en zin in hun leven te vinden…. Is het voor ons niet te hoog
gegrepen: zij we als parochie en kerk niet te klein geworden: Wat hebben wij
nog te bieden? We hebben geen mensen meer en het geld is bijna op… Misschien
moeten we ergens anders beginnen: met je eigen verhaal te vertellen hoe jou
een weg gewezen is; hoe jij het gered hebt hoe er iemand in jouw leven kwam
die zich om jou bekommerd heeft….. Al was het maar dat er iemand was die je
bij jouw verhaal niet heeft veroordeeld of raar heeft gekeken Dan zeg je soms
verbaasd : zo kan het ook nog gaan of: zo heeft God ons/ mij goed gedaan Dat
wij zo durven leven en getuigen van Hem door ons hart en onze handen die er
zijn voor anderen….