Zondag 26 mei,
Drieeenheid, G.J. Westerveld, Antoniuskerk
Een paar weken geleden was een groepje parochianen op bezoek bij de parochies
in Boekarest waarmee onze parochie en de Dominicusparochie contact onderhouden.
Ons viel op dat de kerken in de stad open zijn en dat overal mensen in en uit
ziet gaan. In de kerk zie je de mensen buigen en kruisen slaan je ziet ze de
ikonen kussen Als de priester uit de altaar ruimte in de kerk verschijnt dan
zie je de mensen naar voren schieten om hem aan te raken en ze knielen om gezegend
te worden….. Als je wat langer met mensen uit het oosten omgaat hoor je verhalen
over heilige mannen in kloosters die voor velen een geestelijke leidsman, vader
zijn. Deze mannen wordt om raad wordt gevraagd bij allerlei beslissingen om
een reis te maken, om een huwelijk of om zaken…. Wij moeten soms glimlachen
bij de verhalen die je worden verteld over wonderlijke gebeurtenissen die aantonen
hoe God dicht bij je in deze wereld is…… De afbeelding van het alziend oog van
God in het gewelf van een oude kerk hoort voor ons bij de geschiedenis: zo stellen
we ons God niet meer voor. We hebben ons bevrijd van de angst voor een God die
alles weet en ziet die oordeelt en straft….. God is door onze kennis en wetenschap
weggeschoven uit de wereld; zelfs uit het heelal. We hebben God niet meer nodig
om uit te leggen hoe de aarde en de mensen ontstaan zijn: dat lijkt een kwestie
van energie en vitamines. Voor heel veel mensen bestaat God niet meer omdat
hun eigen leven kapot is gegaan door ongeluk: of omdat ze zijn bestaan niet
kunnen rijmen met zoveel geweld en haat om ons heen ……. Zelf staan we met een
mond vol tanden als we moeten vertellen wie God is. Is Hij mijn goed gevoel;
of is Hij het einde van ons verlangen? We willen redelijke dingen kunnen zeggen
en we voelen dat onze redenering niet waterdicht is…. Van het joodse volk hebben
wij geleerd dat je van God geen voorstelling mag maken: en dat Hij ook geen
andere voorstellingen van levende wezens verdraagt Het is de eerste regel van
de tien geboden die in de twee stenen staan gegrift die Mozes in de woestijn
op de berg van God krijgt….. Toen Mozes met de twee stenen de berg afging zag
hij uit de verte in het dal het kamp van zijn volk dat feest vierde en danste
rond het gouden beeld van een stierkalf Ze hadden na veertig dagen de hoop opgegeven
dat Mozes terug zou komen en ze wisten ook niet waar zijn God gebleven was;
Daarom hadden de mensen Mozes’ broer gevraagd van hun goud een beeld te gieten
van een God die voor ze uit kan gaan die je kan zien waarvoor je kan dansen
en knielen. Als Mozes dat ziet slaat hij de stenen stuk want voor hem is het
verbond voorbij; de liefde van God moet na deze gebeurtenissen over zijn……….
Van Mozes mag God het volk vernietigen God is anders dan Mozes denkt: Hij vraagt
Mozes weer met nieuwe stenen op de berg te komen. Hij zal daarin opnieuw zijn
woorden griffen als een les voor het volk de vrijheid te behoeden. God probeert
het nog een keer: Hij is niet alleen rechtvaardig, God blijkt is ook lankmoedig:
geduldig en trouw aan het woord dat Hij aan de vaderen, Abraham, Isaak en Jakob
gegeven heeft… Opnieuw laat God zich aan Mozes zien: verborgen in een wolk;
Mozes krijgt van God geen beeld en geen gezicht maar hij hoort in het voorbijgaan
God klinken: de eeuwige, de barmhartige, de geduldige, de liefdevolle, de trouwe,
de vergevende, de rechtvaardige: woorden die Hem beschrijven zoals Hij van generatie
op generatie er voor mensen is…… Dat God meetrekt en erbij is zoals Mozes vraagt
zien de leerlingen van Jezus in hun Meester…. Voor hen is Hij sprekend God;
Hij heet het vleesgeworden woord van God: de barmhartige, de geduldige, de liefdevolle,
de trouwe de.vergevende en rechtvaardige….. Als je God wil zien zeggen zijn
leerlingen: kijk dan naar onze Heer Jezus: Hij is Gods afbeelding, Zijn ikoon,
de Zoon…. In de nacht; in het geheim in de kleine uurtjes als de echte dingen
worden gezegd hoort de geleerde man Nikodemus, die bij Jezus komt om te leren
wat God van ons vraagt: Mens, God komt naar je toe: Hij buigt zich over je als
een moeder over haar kind: Zo lief heeft God de wereld dat Hij zichzelf geeft:
opdat ieder die in Hem gelooft eeuwig leeft…… Wij zien God niet lijfelijk maar
wie Hem wil kennen bespeurt Hem in mensen die zijn barmhartigheid, zijn liefde
en zijn trouw doen voor mensen die geen plaats is gegund: We zien God aan het
werk in mensen het werk van de Geest die in den beginne over het water joeg
van de aarde die van de aarde een woonplaats maakt voor allen gaat door…… Wij
mogen God met Mozes in de woestijn vragen: blijf bij ons maak ons u eigen: dat
wij in U leven….. Laten we ons gebed niet opgeven: dat deze aarde van Hem vol
wordt: van rechtvaardigheid, barmhartigheid, liefde, geduld en trouw van God
de Vader, de Zoon en de heilige Geest