Pinksteren
Onlangs kreeg de regering een lijvig rapport aangeboden over de rol en de betekenis van geloof en godsdienst in de Nederlandse samenleving. Kort geleden werden ook resultaten van het vierde grote tienjaarlijkse onderzoek naar God in Nederland gepubliceerd. Godsdienst, geloof, religie en spiritualiteit zijn weer terug in de openbaarheid van onze samenleving. Af en toe vraagt iemand mij dan ook belangstellend hoe het nu met de kerk gaat. Ik weet dan eigenlijk niet wat moet antwoorden. Wil de vraagsteller van mij weten of de parochie ook merkt dat geloof weer een item is voor mensen? Het parochiebestuur heeft na de drukte van de restauratie in het afgelopen jaar regelmatig gesproken over de toekomst van de parochie. We hebben een prachtig kerkgebouw, maar hoe gaat het verder met de parochie? Hoe gaat het met de Antoniuskerk in het nieuw te vormen parochieverband van 7 parochies aan de noordwest-kant van Utrecht? Wat betekenen de contacten met de dominicaanse beweging ( leken en paters)? Hoe verhouden wij ons met de andere dominicaanse parochie (Sint Dominicus in Oog in Al) en met andere groeperingen in de wijk?
Het bestuur heeft een schets gemaakt voor een beleid in de komende jaren. Daarin wordt vastgesteld dat de parochie getalsmatig kleiner wordt en de gemiddelde leeftijd van de betrokkenen steeds hoger wordt. We zullen in de toekomst moeite krijgen om het werk te blijven doen dat we nu nog normaal vinden. We stellen vast dat de tijden veranderen: wat we ooit vanzelfsprekend vonden zien we verdwijnen. We hebben pas het paasfeest gevierd. In de vieringen van de Goede Week wij zijn Jezus Christus gevolgd op zijn weg naar Jeruzalem, waar verraad, verloochening, lijden en dood zijn lot zijn geworden. Wij hebben gevierd dat de Gekruisigde als de Levende aan zijn leerlingen is verschenen. We hebben gezongen over het licht dat het duister overwint; een nieuwe dag met leven volgt op de nacht van de dood. We hebben geluisterd naar het verhaal over Israël, een volk in de verdrukking dat op wonderlijke manier wordt bevrijdt en onderweg gaat naar een ander land waar mensen tot hun recht kunnen komen. Pasen herinnert ons aan een nieuw begin: in alle tijden, voor iedere mens en voor elke gemeenschap. Zeven weken lang, tot de vijftigste dag, d.i. letterlijke Pinksteren, worden we in de lezingen van de zondagsviering herinnerd aan de nieuwe kracht die met Pasen is doorgebroken.
Pasen loopt uit op het Pinksterfeest waarover Lucas vertelt in het boek van de handelingen van de apostelen. Nieuw enthousiasme maakt zich daar meester van de leerlingen van Jezus die tot dan toe zijn beschreven als een gesloten en in zichzelf gekeerde gemeenschap. Op de dag van Pinksteren treedt, onder leiding van Petrus, de nieuwe gemeenschap naar buiten. De volgelingen van Jezus van Nazareth laten van zich horen op een manier dat ze door de mensen in Jeruzalem worden verstaan. Hun verhaal over Jezus heeft er weerklank; doet iets met mensen. Mensen zijn er geraakt en gegrepen door wat ze horen en zien gebeuren. Lucas schetst zelfs een internationaal publiek in Jeruzalem dat nieuwsgierig is naar wat vissers uit Galilea te melden hebben over Jezus van Nazareth, de Messias en Zoon van God. Lucas meldt op oosterse manier de resultaten van die eerste dag: drieduizend mensen sloten zich bij de leerlingen aan. En als altijd en overal zijn er ook in Jeruzalem mensen die er niet aan willen. Zij maken de gebeurtenissen bespottelijk en hebben het over dronkaards. Lucas is getuige van een onweerstaanbare beweging die op gang is gekomen: Jezus’ leven blijkt een kracht in het bestaan van mensen van allerlei soort. Zijn verhaal gaat van Jeruzalem naar Rome: over de hele bewoonde wereld, dat is in het Grieks de oecumene. U kunt het nalezen in het tweede hoofdstuk van het boek Handelingen der apostelen.
En nu wij: mensen in Utrecht in 2007, die vaak niet meer goed weten hoe het verder moet en het vuur van het enthousiasme van het feest in Jeruzalem missen. Laten we niet te snel zijn met dergelijke conclusies. Steeds weer verbaas ik me over de toewijding waarmee mensen voor elkaar klaar staan, zie ik de zorg van velen om van de parochie steeds weer een plek te maken waar mensen met hun vragen en zorgen terecht kunnen - waar geluisterd wordt en aan oplossingen wordt gewerkt. Ik denk dan aan de “kleine” voorvallen waardoor mensen op een zeker moment geholpen zijn en weer verder konden. Heel vaak gaat het om mensen die niet in de kerk zitten. Vaak zijn het vreemden die bij ons iets vinden waarvan je zelf niet wist dat je het had: onder de as gloeien overal kolen waar vuur uitspringt als er weer lucht bij komt. We mogen bij het pinksterfeest de Schepper met vertrouwen bidden dat Hij zijn Geest over de aarde laat gaan: dat er bij ons, en in de kerk, een nieuwe wind opsteekt zoals in den beginne toen zijn Geest over het water joeg en de aarde te voorschijn kwam en het verhaal van Adam, het leven van mensen kon beginnen…

Gerrit Jan Westerveld, pastor




Het verhaal van Maria
Heel veel mensen die geen contact met de kerk hebben steken wel een kaars aan bij een Mariabeeld of bezoeken een oord waar Maria wordt vereerd. Opvallend is dat er steeds weer nieuwe boeken uitkomen waarin de betekenis van Maria ter sprake wordt gebracht. De bijbel is uiterst summier met verhalen over Maria. De evangelist Lucas vertelt over haar het meest; hij staat uitgebreid stil bij de gebeurtenissen rond de geboorte en de jeugd van Jezus. Dezelfde auteur vermeldt Maria in zijn tweede boek, Handelingen van de apostelen, bij de leerlingen van Jezus die in Jeruzalem biddend wachtten op de gave van de Geest. De evangelist Johannes vermeldt Maria aan het begin van Jezus’ publieke optreden, op een bruiloft in Kana en later met een leerling van Jezus onder het kruis. Van de leerling wordt verteld dat het Johannes is die Maria na de dood van haar zoon bij zich in huis zou hebben genomen. Vanaf het begin van de kerk zijn veel meer verhalen in omloop geweest over Jezus, zijn moeder en de apostelen, die niet tot canon van de Heilige Schrift werden gerekend. Wel bleven deze verhalen onder de gelovigen in bepaalde gebieden circuleren en ze waren op hun beurt de bron voor allerlei vrome fantasie. Vele verhalen over Maria’s jeugd, haar ouders, haar huwelijk met Jozef en, uiteraard, over de geboorte van Jezus, en over het leven van Maria na het heengaan van Jezus bleven buiten de bijbel toch bekend. En in de loop van de tijd hebben deze verhalen over Maria een voorbeeldige kracht voor mensen om kunnen te geloven. En het is niet verwonderlijk dat over haar sterven wordt gesproken in termen die komen in de buurt van de manier waarop over haar Zoon wordt verteld…
Een paar mensen met grote kennis van teksten uit de eerste eeuwen van het christendom hebben de verhalen over Maria verzameld. Naast de teksten hebben zij in een kleurrijk boek de afbeeldingen geplaatst die verband houden met de genoteerde verhalen die in de loop van de eeuwen uitdrukking zijn geworden van de grote verering van Maria, Moeder van God en eerste van de gelovigen.

Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke: Het verhaal van Maria, volgende de apocriefe geschriften. Uitgave Davidsfonds – Leuven en Uitgeverij Kok - Ten Have 2006, ISBN 9789077942192, ca. €24,95.



Priester wijding
Op zaterdag 9 juni wordt door de aartsbisschop van Utrecht, kardinaal Simonis in de Antoniuskerk de priesterwijding gegeven aan broeder Jan Van Duijnhoven o.p. De viering begint om 10.30 uur en na afloop is er in de kerk gelegenheid om de wijdeling geluk te wensen. Op zondag 10 juni zal pater Jan van Duijnhoven met pater Goes en zijn Rotterdamse huisgenoot, pater Vijverberg, voorgaan in de eucharistieviering van de Antoniuskerk. We wensen broeder Jan allereerst een goede en zegenrijke voorbereidingstijd voor de bijzondere gelegenheid.

Dominicusviering 24 mei
Jaarlijks komen op 24 mei komen de dominicaans geïnteresseerde mensen uit de omgeving van Utrecht bij elkaar om in een gebedsviering stil te staan bij de betekenis van Sint Dominicus, stichter van de orde der predikheren (1171-1221). Op deze datum werd in het jaar 1233 het lichaam van de heilige van de begraafplaats in Bologna bij de kerk overgebracht naar het grafmonument/altaar in de kerk, waar tegenwoordig nog velen komen om de heilige te vereren. De Utrechtse bijeenkomst is dit jaar in de Antoniuskerk en begint om 19.00 uur. Iedereen is welkom; ook na afloop bij een kopje koffie en een glaasje…

Jubileum Wladimirskaja
Op zaterdag 16 juni viert de Byzantijnse gemeenschap van Utrecht in de Antoniuskerk om 11.00 uur de liturgie om het feit te herdenken dat 50 jaar geleden de gemeenschap is ontstaan. Na de viering is er gelegenheid om elkaar te ontmoeten in het Atrium van Zorgcentrum West, J.P. Coenhof 60, van 13.00 tot 15.00 uur. Elke maand is er (meestal op de derde zondag, om 10.30 uur) een byzantijnse liturgieviering in de kapel van het Zorgcentrum. Op de grote feestdagen (Pasen en kerst) wordt de liturgie in de Antoniuskerk gevierd (meer informatie http://www.byzantijnsekapelutrecht.nl). Op http://www.pokrof.nl is meer informatie over andere byzantijnse gemeenschappen en vieringen volgens de orthodox-slavische ritus elders in het land. De Utrechtse gemeenschap geeft een informatieblad “Simandron” uit dat verspreid wordt onder leden en sympathisanten van de byzantijnse gemeenschappen (opgave bij George Bruinaars, Elzendreef 68, 3137 CD Vlaardingen, e-mail: gbruinaars@hetnet.nl). Voor nadere informatie: over het koor de heer G. van Kalken (tel. 0182-384593) en over andere onderwerpen het bestuur, mevrouw T. van der Geest-Sandaart, (tel. 070 – 3878795), of de heer P. van Kleinwee, (tel. 030-2884675).



KERK EN JODENDOM: Pinksteren – Sjavoeot
Pinksteren geldt voor de meeste mensen als een christelijk feest. Voorzover de moderne, geseculariseerde samenleving de eerste en de tweede Pinksterdag niet simpelweg ziet als twee extra vrije dagen in het voorjaar, worden ze meestal in verband gebracht met de nederdaling van de heilige Geest zoals beschreven in de Handelingen van de Apostelen.

Tien geboden
Veel minder – of misschien: nog minder – bekend is dat Pinksteren oorspronkelijk een joods feest is. Het gaat terug op het joodse Wekenfeest dat wordt beschreven in het Oude Testament, met name in Leviticus (hoofdstuk 23) en Numeri (hoofdstuk 28). Toen de tempel in Jeruzalem er nog stond, was het Wekenfeest (50 dagen na het joodse paasfeest) één van de pelgrimsfeesten. De joden die op dan naar de tempel trokken offerden twee broden, gebakken met het graan van de gersteoogst. Daarmee brachten ze tot uitdrukking dat die oogst een gave van God was, hoe hard men er zelf ongetwijfeld ook voor gezwoegd en gezweet had. Op den duur, vooral na de verwoesting van de tempel in 70 na Christus, kreeg het feest in het jodendom een nieuwe betekenis. Men ging herdenken dat in “de derde maand van het jaar” (Exodus 19,1) – dat is ongeveer vijftig dagen na Pasen – God de tien geboden, oftewel de tien leefregels, aan het joodse volk had gegeven. Het feest kwam daarmee in het teken te staan van de openbaring van de Tora die de basis vormt van de joodse levenswijze. Daarom is het gebruikelijk om op de avond van het Wekenfeest tot diep in de nacht de Tora te bestuderen. Tegelijkertijd is de band met de landbouw en het voorjaar niet helemaal verdwenen. De huizen en de synagogen worden rijkelijk versierd met vruchten en bloemen en dat roept herinneringen op aan het oude oogstfeest.

Donder en bliksem
Echo’s van het joodse feest klinken op allerlei manieren door in de beschrijving van de nederdaling van de heilige Geest volgens de Handelingen van de Apostelen. Zo wordt die gebeurtenis op het Wekenfeest geplaatst (Hnd 2,1). Bovendien doen de storm en het geraas waar volgens Hnd 2,2 de komst van de Geest mee gepaard gingen, denken aan de donder en de bliksem op het moment dat God op de Sinaï neerdaalde. Bovendien herinnert het talenwonder van het boek Handelingen aan een uitspraak van de gezaghebbende rabbijn Jochanan (eerste eeuw na Christus), die zei dat tijdens de openbaring op de Sinaï de stem van God zich had verdeeld in de zeventig talen van de mensheid om zich zo tot alle volkeren te kunnen richten. Zowel christenen als joden vieren dus op het Wekenfeest dat God de taalbarrières tussen mensen doorbreekt!

Gerard Rouwhorst
KRI, werkgroep Liturgie en Pastoraat